top of page

Het zaaien van Wintergerst rechtstreeks op Korrelmaïs stoppel - No - Till

Al enkele jaren ploegen wij onze bodem niet. Door deze extensieve methode zorgen we voor veel meer, geconcentreerde, organische massa aan het oppervlak.


Vorige winter, zaaiden wij voor het eerst, wintergerst rechtstreeks op de stoppel van onze korrelmaïs🌽. Wij zijn alvast benieuwd naar de oogst! 🌾🌾


Enkele voordelen op een rijtje:

- Extra activiteit van ons natuurlijk bodemleven 🪱

-Verbetering van de bodemstructuur 🚜

-Verbetering van de vochthuishouding 💦

-Beter waterinfiltratie 🌧

-Grotere beschikbaarheid aan voedingsstoffen. 🌿







De bodem is de bovenste laag grond waarin gezaaid en waarop gemest wordt, waarin de planten hun wortels ontwikkelen en het nodige vocht en voedsel zoeken. (Pauwels, Bodemkunde)

De bodem is samengesteld uit minerale deeltjes, organisch materiaal, water en lucht. De structuur van de bodem is de manier waarop de vaste bodemdeeltjes gegroepeerd zijn tot kluitjes of aggregaten en de aard en intensiteit van de bindingen die tussen de kluitjes bestaan. De aggregaten van verschillende grootte zijn opgebouwd uit organisch en mineraal materiaal en worden vastgehouden door worteltjes, zwamvlokken van schimmels, afscheidingen van bodemfauna en organisch materiaal. Naast de vaste bodemdeeltjes zijn er ook de poriën die de porositeit van de bodem vormen. Zij kunnen gevuld zijn met water of lucht. Duidelijk ontwikkelde kluitjes, vormen een goede en stabiele bodemstructuur. Een bodem met een stabiele kruimelstructuur is gunstig voor de landbouw. (Annelies Pollentier, 2011)

De structuur van de bodem is niet heel het jaar hetzelfde. Deze kan wijzigen door bodemwerking, sterke droogte of neerslag, vorst en dooi, biologische activiteit. Ook zal het groeiende gewas invloed hebben op de structuur. Het gewas zal ofwel aanvoer en afvoer van organisch materiaal teweeg brengen alsook een actief wortelstelsel uitbouwen.

Een goede bodemstructuur heeft enkel goede gevolgen:

  • Vermindering van erosie

  • Beter afbreken van vervuilende stoffen

  • Positieve invloed op het bodemleven

  • De bodem temperatuur

  • Verluchting van de bodem

  • De ontwikkeling en werking van de wortels

  • Het stockeren van water

  • De capillariteit en drainage

Op de onderstaande foto’s zien we duidelijk een verschil tussen een gunstige kruimelstructuur (rijk aan organisch materiaal) en een ongunstige gladde structuur.


Figuur 64: Kruimel structuur



Figuur 65: Gladde structuur


De structuur is niet hetzelfde als de textuur. De textuur geeft het percentage aan zand-, leem- en kleideeltjes weer in uw bodem. De textuur beïnvloed wel de maten van verdichting. Des te meer bodemdeeltjes met een verschillende grootte des te gemakkelijker (en sterker) de verdichting zal plaatsvinden. Dit komt omdat de kleinere deeltjes makkelijker in de holtes van de grotere deeltjes zullen verschuiven.


Figuur 66: invloed van textuur op bodemverdichting


Bodemverdichting is het samendrukken van bodemdeeltjes door het uitoefenen van een externe druk. Het effect zal zich verspreiden vanaf het contactpunt in horizontale maar vooral verticale richting. Dit noemen we verdichtingsgolven. De herschikking van de bodemdeeltjes vindt zolang plaats tot er een nieuw evenwicht is gevonden tussen de weerstand die de bodem biedt en de druk die uitgeoefend wordt. Bekijk dit als de derde wet van Newton: actie ↔ reactie. De bodem heeft in zijn oorspronkelijke toestand niet genoeg draagkracht om de machine te dragen. Toch zal de machine over het perceel rijden waardoor de reactie van de grond in werking treedt. Dit gebeurt door een ruimtelijke herschikking, de grootte, de vorm en de interne samenhang van de aggregaten veranderen zodat er hoekige of afgeplatte aggregaten worden gevormd. Hierdoor zal de porositeit afnemen, vooral de grootste poriën verminderen.Een vruchtbare bodem is volgens Dr. Volk van de University of Applied Sciences Soest opgebouwd uit 40 procent open poriën en 60 procent gesloten stof.


Figuur 67 Bodemverdichting enkele band

(AGCO, 2018)

Bodemverdichting is het resultaat van een verticale en horizontale beweging van de bodemdeeltjes. De verticale verdichting wordt veroorzaakt door een statisch effect, het gewicht. De horizontale beweging door het versnellen, vertragen van het landbouwvoertuig. In de bodemlaag onder de bouwvoor wordt de verdichting voornamelijk door het verticaal effect veroorzaakt.

Wat we later trachten te bereiken is een breder contactoppervlak zodat de verdichting meer horizontaal dan verticaal optreedt. Horizontale verdichting is namelijk makkelijker op te lossen dan verticale. Op onderstaande afbeelding het zichtbaar effect aan het bodemoppervlak is de vorming van een rijspoor.


Figuur 68 Rijspoor


De eerste verdichting vinden we terug net onder het oppervlak, namelijk in de bouwvoor (20 tot 30 cm diep). Deze verdichting wordt veroorzaakt door landbouwvoertuigen of onder de hoeven van dieren. De verdichting wordt belangrijker naarmate de uitgeoefende druk op de bodem groter is, de bodem vochtiger is of losser.

De tweede verdichting is de ploegzool. Dit is een extreem verdichte zone in de bodem. Hierdoor zal de bodem weinig water, regenwormen en wortels doorlaten. Het kan aanzien worden als een echte handicap van uw bodem. De ploegzool is doorgaans slechts enkele centimeters dik en bevindt zich onder de bouwvoor. Ze wordt gevormd doordat de bodem telkens op dezelfde diepte wordt bewerkt. Zeker ploegen met opgescherpte scharen versterkt dit effect aangezien de grond eronder dan wordt plat gedrukt. Ondergronders aan de ploeg bevestigen kan de ploegzool opheffen.


Figuur 69 ondergronder

(LEMKEN GmbH & Co. KG)

De verdichting in de ondergrond ontstaat bij zeer grote belasting en kan ontstaan tot op een diepte van 60 cm, mogelijks zelfs nog meer als we de druk blijven verhogen. De aanwezigheid van een ploegzool of grint kan de dieper liggende bodemlagen deels beschermen tegen belasting. Hoe harder de ploegzool is samengedrukt hoe meer hij de ondergrond van verdichting zal beschermen. Men kan de ploegzool dan vergelijken met rijplaten. Zoals we zien op de grafiek neemt de verdichting op de ondergrond de laatste jaren sterk toe. Deze verdichting zal uit zichzelf zeer moeilijk opgeheven worden.


Figuur 70: dichtheid in verschillende dieptes



Een vochtige bodem is gevoeliger voor bodemverdichting. Het water kan aanzien worden als glijmiddel voor de bodemdeeltjes. De samendrukbaarheid van de bodem bij eenzelfde en constante druk is bij een vochtige bodem groter dan bij een droge bodem. De effecten reiken ook dieper in de bodem. Indien de bodem verzadigd is met water zal de bodem verglijden indien men deze berijdt. Hierdoor wordt de continuïteit van de poriën onderbroken. Dit zien we vaak tijdens het einde van het maïsseizoen wat leidt tot percelen die omgevormd worden tot modder baden. Deze effecten zijn nog moeilijker te herstellen dan die van de verdichting. Op onderstaande grafiek zien we dat bij toenemend vochtgehalte de effecten van verdichting toenemen.


Figuur 71: De relatie tussen vocht en verdichting van de bodem


De verdichting in de bovenste bodemlaag is te wijten aan de contact druk, de verdichting van de diepere bodemlagen aan de aslast. Hoe hoger de aslast en contactdruk zijn des te harder zal de verdichting toenemen.

Men zou denken dat, wanneer we de aslast verhogen maar ook het contactoppervlak sterk verhogen, de verdichting niet meer zo sterk zou zijn. Echter klopt dit, maar slechts enkel voor een voertuig dat statisch is. Als voorbeeld nemen we een trekker van 150 KW met een 7 schaar ploeg. Wanneer deze trekker op het kopakker naar voor en weer naar achter rijdt (met de ploeg in de lift) zal de aslast op de achterste as zeer groot worden. Desondanks het groot oppervlak zal de piekdruk nooit mooi verdeeld worden over het volledig contactoppervlak. Als de trekker naar achteren rijdt en dan plots remt of onmiddellijk van rijrichting verandert, zal er veel meer druk komen te staan op het achterste deel van het wiel waardoor er zeer grote, en diepe verdichting zal ontstaan.


Tabel 25: Invloed aslasten

Aslast (ton)

Effecten meetbaar tot (cm)

4

30

6

40

10

50

15

60



Figuur 72: Invloed aslast


De contactdruk verlaagt indien; de bandenspanning verlaagt, dus een groter contactoppervlak; de rigiditeit van de band vermindert (tot op een zeker niveau); de breedte en de diameter van de band verhoogt, dus een groter contactoppervlak.

Logischerwijs zal de verdichting dieper optreden bij het gebruik van smallere banden aangezien het contactoppervlak verkleint.



Figuur 73: Invloed contactdruk


De gevolgen van bodemverdichting zijn niet te overzien. De moderne landbouwer besteed hier dan ook steeds meer aandacht aan. Eenmaal de verdichting is ontstaan is het vaak moeilijk om deze op te heffen. Daarom is het beter om verdichting te voorkomen.


Het gedrag van het water wordt flink verstoord in onze bodem door verdichte lagen, in het bijzonder de ploegzool. De infiltratie van het water zal veel trager plaatsvinden, wat leidt tot het vormen van plassen op het akker. (figuur verdichting op een kopakker) Hierdoor zal in het voorjaar het akker trager opdrogen en verwarmen tot de gewenste bodemtemperatuur. Ook zal in het najaar de bodem sneller verzadigd geraken waardoor we in slechtere omstandigheden moeten oogsten. De ploegzool zal ook de capillaire stijging verhinderen bij droogte. Hierdoor zal een vroegere beregening in het groeiseizoen noodzakelijk zijn. Bij een natte bodem is het risico op schimmel- en parasietenvorming aanzienlijk hoger dan bij een drogere bodem. De afrijping van gewassen verloopt niet gelijkmatig. (A.H.M. Cornelissen, 2003) Ook erosie en grondverschuivingen zullen sneller plaatsvinden, vooral op hellende percelen.


Figuur 74: Verdichting op een kopakker


De verdichting van de bodem zorgt ervoor dat de poriën met lucht uit de grond kleiner worden. Hierdoor zal ook het aandeel zuurstof in de bodem verkleinen wat tal van negatieve effecten met zich zal meebrengen. Zo zal het bodemleven zich minder goed kunnen ontwikkelen. Deels ook te wijten aan de fysieke verdichting van de bodem. Bepaalde nematoden zullen meer rond de wortels worden geconcentreerd wat schade aan de plant kan veroorzaken. Door een zuurstofgebrek zal de kieming en optimale werking van de wortels worden verstoord. De omzetting van organisch materiaal naar effectieve humus vermindert sterk. Het risico op denitrificatie is hierdoor hoger waardoor men verplicht zal zijn om meer (kunst)mest toe te dienen. Als men geen kunststof zou toedienen krijgt men elementaire stikstof.


Ik citeer: ’Onder “elementaire stikstof” verstaat men stikstof die niet is gebonden is aan een ander element. Elementaire stikstof komt voornamelijk voor in de lucht(N20-gas). Ook in de bodem kan deze stikstofvorm ontstaan en dit als gevolg van “denitrificatie”. Deze stikstof vervluchtigt en in bijgevolg voor de plantenvoeding verloren.’ (Pauwels, Bemestingsleer)


De bewerkbaarheid van de bodem zal moeilijker gaan indien deze verdicht is. De machine zal meer kracht moeten overbrengen om de bodem in beweging te krijgen. Een trekker met een hoger vermogen dan gewoonlijk is noodzakelijk.


Door de verdichting zal de doorworteling van het wortelstelsel moeilijkheden ondervinden. Hierdoor zullen de wortels niet het optimale volume van de bodem kunnen benutten waardoor ze moeilijker voedingstoffen opnemen. Vooral de gefixeerde voedingsstoffen zoals kalium en fosfor worden lastig opgenomen. Ook het opnemen van water uit de grond is ongunstiger.


Figuur 75: Schema niet verdichte bodem


Figuur 76: Schema verdichte bodem


Is een vochtige grond niet zachter en gemakkelijker te doorwortelen?Omdat water dienst doet als smeermiddel, is de weerstand in een natte bodem lager. Maar ook dan neemt de weerstand toe met de diepte. Maar als het water stagneert op een verdichte laag is er in deze zone onvoldoende zuurstof en groeien de plantenwortels niet. Als veel poriën met water gevuld zijn zal de wortel niet verder groeien door gebrek aan zuurstof. (L.H.J. Van Holm, 2011)



Een sterke bodemverdichting leidt tot:

  • Slechtere opbrengst

  • Meer schimmels, plagen en ziektes

  • Later berijden van het perceel

  • Sneller moeten oogsten

  • Slechtere afrijping

  • Zuurstoftekort

  • Denitrificatie

  • Verslemping

  • Meer beregening nodig

  • Slechter bodeleven

  • Slechtere opname van voedingstoffen

  • Slechtere doorworteling

  • Meer erosie

  • Grondbewerking is zwaarder



Het doel van vaste rijpaden is om een zo klein mogelijke oppervlakte van het perceel te berijden. Hierdoor zal de bodemstructuur gespaard worden zodat de condities voor het gewas optimaal worden. Hier zal men dus niet met zo breed mogelijke banden werken zoals tegenwoordig wordt gedaan of lage druk op de banden zetten om een groter contactoppervlak te bekomen. Men zal trachten om de banden zo lang en smal mogelijk proberen te maken (de pneutrac en terratrac zijn hier een goed voorbeeld van). Lage druk kan wel indien de bandafdruk langer wordt maar niet breder. Veel assen en grote diameters zijn de oplossing.In het systeem van vaste rijpaden zal men jaar in jaar uit vaste rijpaden handteren. Deze dienen strikt gevolgd te worden en kunnen eigenlijk enkel verwezenlijkt worden door het gebruik van een RTK gps-systeem.

Het rijpad wordt doorgaans niet bewerkt of ingezaaid. De eerste bedenking zou zijn dat die een verloren ruimte is op het areaal. Echter zullen de gewassen net naast het rijpad meer voedingsstoffen kunnen opnemen en meer kunnen genieten van zonlicht. Hierdoor dienen de rijen dicht bij het rijpad variabel gezaaid, gepoot of geplant te worden waardoor er een meeropbrengst op deze rij kan ontstaan. Vooral de intensievere teelten zoals volle grond groenten zijn hiervoor interessant. Ook witloof zou hier grote voordelen uit kunnen halen aangezien het bereiden van een perfect zaaibed eenvoudiger is dan bij de klassieke manier.Een ander voordeel is de reeds verharde ondergrond. Hierdoor zal tijdens het bespuiten van de aardappelen, ook in natte omstandigheden, vlot gereden kunnen worden.

Voordelen:

  • Meer opbrengst

  • Meer mineralisatie

  • Minder emissie van klimaatgewassen

  • Minder onkruid in biologische systemen

  • Bodem is eerder bewerkbaar

  • Mechanische onkruidbestrijding

Nadelen:

  • Aangepast machine park

  • Discipline van chauffeurs

Inagro deed onderzoek naar vaste rijpaden.  (Lieven Delanote, 2016)

De voorbewerkingen waren voor zowel het vast- als het klassiek rijspoor hetzelfde. De groenbemester was op beide percelen grasklaver en werd gefreesd met een gewone tractor ook de vaste mest werd met dezelfde trekker uitgevoerd. Daarna werd ook het cultiveren gezamenlijk uitgevoerd. De echte proef begint vanaf de hoofdgrondbewerking namelijk diepwoelen.Met vaste rijpaden gebruikten men voor het diepwoelen, zaaien en schoffelen de JD 6130 R op Goodyear 320/10R54.



Figuur 77: Dwarsprofiel van het teeltbed(prei) bij breed en vast rijspoor.

Bij de klassieke aanpak werd gewerkt met een Claas Arion 610c met Trelleborg TM800 - 600/65R38 bij 0,5 kg bandendruk.


Figuur 78: Dwarsprofiel van het teeltbed(prei) bij klassieke aanpak.


We zien een duidelijk verschil tussen de twee aanpakken. De witte zones zijn totaal niet verdicht. Des te grijzer des te harder gecompacteerd. Het besluit van deze proefopzet voor het jaar 2016 was duidelijk. De mechanische onkruidbestrijding was performanter. De meeropbrengst bedroeg ruim 15% wat overeenkomt met 4 ton / ha. Echter blijven er uitdagingen die verder onderzoek vergen.


Een tweede preventieve oplossing is het bovenover ploegen zal de trekker met zijn vier banden over het te ploegen land rijden. Dit dient praktisch altijd met een gps en automatisch sturen te gebeuren aangezien de ploeg de trekker nu niet tegen de ploegvoor trekt. Hierdoor is een gps-systeem sterk aan te raden. Het voordeel is ook dat het voor de bestuurder aangenamer ploegen is aangezien de trekker mooi recht op de ondergrond staat.


Figuur 79: bovenover ploegen Xerion


Op onderstaande tekening zien we duidelijk dat door het bovenover ploegen de verdichting minder diep doordringt in de ondergrond. Eigenlijk dringt de verdichting even diep door maar men zal van bovenop het land beginnen met verdichting in plaats van in de bouwvoor. Hierdoor wordt het sterkste verdichte deel onmiddellijk weer opgeheven na het passeren van de ploeg. Men zal ook met bredere banen kunnen rijden daar men geen rekening meer moet houden met de ploegvoorbreedte.


Figuur 80: bovenover ploegen

(LEMKEN GmbH & Co. KG)


Dit systeem werkt volgens het principe dat een band onder dezelfde druk nooit perfect kan dienen voor zowel verscheidene veldwerkzaamheden als transport. De bedoeling van dergelijke systemen is om in iedere situatie onder de optimale bandenspanning te rijden.


In de meeste gevallen rijdt men met een druk van 1.8 bar zowel op het veld als op de weg. Indien men de druk verhoogt naar 2,4 bar zal de rolweerstand van het wiel sterk verkleinen waardoor men zich sneller zal kunnen verplaatsten.

(AGCO, 2018)


In het veld is het brandstofverbruik aanzienlijk minder bij een lagere bandenspanning. Dit heeft meerdere redenen.

Vooreerst doordat de band in het veld op een lagere spanning zal werken zal er een groter contactoppervlak zijn waardoor er minder slip optreedt. Hierdoor zal de trekker met hetzelfde vermogen en een zelfde brandstofverbruik meer akkerland kunnen bewerken (hoofdzakelijk bij trekwerkzaamheden). Ook zal grasland minder worden beschadigd bij betredingen. Het zogenaamde “bulldozer-effect” zal ook veel minder zijn aangezien de band minder zal insporen daar de contactdruk lager is.


Figuur 81: Bulldozer-effect bij insporing van het wiel

(Bodenverdichtungen vermeiden)

Ook zal er minder verbruik zijn bij wegtransport, bij een hogere bandendruk door vermindering van de rolweerstand.


Op onderstaande foto zien we een duidelijk beeld van wat het verlagen van de bandendruk doet op de druk in de bodem. Des te lager de spanning van de band des te groter het contactoppervlak wordt en des te kleiner de druk per cm² wordt.


Figuur 82: Gevolg van de bodemdruk door verlangen bandenspanning

(Bodenverdichtungen vermeiden)


Door steeds op de juiste druk te rijden zal er vooral bij het wegtransport opmerkelijk minder slijtage optreden. Dit zorgt voor een belangrijke economische factor aangezien de banden een zeer kostelijke factor zijn.


Hoe meer assen men heeft, hoe meer wielen men heeft. Dit zorgt voor een groter contactoppervlak. Men moet wel opletten dat men bij bijvoorbeeld drijfmesttanks de eerste en laatste as aanstuurt. Anders zal er een te hoge frictie ontstaan en zal de drijfmesttank de zode omwoelen.


Figuur 83: Drijfmesttank met vier assen




Figuur 84: extra banden op een JD kniktrekker


Onderstaande figuur toont aan dat wanneer er met een trekker van 12 ton en een bandenspanning van 0,75 bar één maal over een perceel wordt gereden, de verdichting lager zal zijn dan wanneer men vier maal met een trekker van drie ton over het perceel zal rijden.


Figuur 85: Bodemverdichting bij 1x 12 ton en 4 x 3 ton


Indien men het aantal werkgangen en dus ook het aantal berijdingen kan verkleinen, kan men vaak meer werk verzetten in een kortere tijdsspanne. Hierdoor zal het veld onder betere omstandigheden kunnen bereden worden. Ook wordt het veld na één maal te berijden minder samengedrukt dan na meerdere malen.


Figuur 86: Werkgangen combineren


DRIES verwijs eventueel naar uw hoofdstuk als ge da al hebt aangehaald.


Een goede drainage van het akkerland heeft tot gevolg dat het veld sneller zal opdrogen in het voorjaar en minder snel verzadigd zal zijn in het najaar. Hierdoor zal er onder betere omstandigheden kunnen geoogst en gezaaid worden.


Figuur 87: Drainage voor akkerland in werking


Het veelvuldig verbouwen van gewassen die een late oogst hebben zoals bijvoorbeeld prei zijn nadelig voor de bodem. Vaak kan het niet anders dan het perceel te betreden onder zeer natte omstandigheden. Daarom is het verstandig om de bodem regelmatig zijn rust te geven en bijvoorbeeld een graan gewas telen (ook goede aanvoer van koolstof). Deze worden vaak geoogst onder ideale omstandigheden wat betreft het voorkomen van bodemverdichting. Na het telen van het desbetreffend graangewas kan er gekozen worden voor een groenbemester die een goede doorworteling heeft en mee de verdichting tegenwerkt.

Iedere groenbemester heeft zo zijn eigen taak. Zo zullen de gebruikelijke raaigrassen een dichte en sterk vertakt wortelstel hebben en een hoge toevoer van organische stof voorzien. De grassen breken de bovenste 20cm deels open, net zoals de penwortel, rode klaver, luzerne, wikke en lupinen. Als men de ondergrond na het diepwoelen open wil houden kiest men voor mais of bladrammenas voor een diep wortelstel en rogge en tarwe voor een betere vertakking.

Het dichte en vertakte wortelstelsel van raaigras (als groenbedekker of permanente weide) kan de bodem in de bovenste 20 cm voor een stuk openbreken, net zoals de penwortel en de robuuste wortels van rode klaver, luzerne, wikke en lupinen. De diepe (bladrammenas en maïs) en vertakte wortels (rogge en tarwe) helpen vooral bij het open houden van de (onder-)grond. Dit is vooral belangrijk na het diepgronden van de grond of bij minimale bodembewerking.

Ook de veebezetting is niet te overzien. Weideland waar dag in dag uit runderen op lopen zal na verloop van jaren ook sterk verdicht raken. Houd daarom de dieren lang genoeg op stal zodat ze niet op natte percelen hoeven te lopen. Neem ze ook snel genoeg terug binnen. Af en toe het grasland vervangen met een gewas zoals mais en daarna tarwe is zeker voordelig.


De zuurtegraad is een niet te overziene eigenschap van de bodem als het neerkomt op verdichting. Een te lage bodemstructuur (lager dan pH KCl < 5 – 5,5) vermindert de stabiliteit van de aggregaten en de activiteit van de regenwormen. Een goede bekalking zorgt voor een verhoging van de pH. Deze helpt het calcium bij het vormen van stabiele aggregaten.



Diepwoelen kunnen we doen met een decompactor of een diepwoeler. Dit is wellicht de meest gebruikte methode om een verdichting op te heffen. Hiermee zal de doordringbaarheid van de grond verbeteren zonder de draagkracht van de ondergrond aan te tasten wat wel het geval is met diepspitten of diepploegen. Door te diepgronden vermijden we een te grote herschikking van aggregaten. Het diepgronden moet altijd dwars op de drainage gebeuren.


Figuur 88: Decompactor/diepwoeler



Figuur 89: Diepwoeler Evers Java vast frame


De bedoeling is om de tanden een 5 tot 10 centimeter onder de verdichte laag te laten werken. Deze bodembewerkingen dienen te gebeuren onder het juiste bodemvochtgehalte. Meestal is na het oogsten van een graan gewas een goede periode. De bodem heeft best ook enige tijd geen zware regenval aangezien dan de bodemdeeltjes zullen doorspoelen en de ondergrond weer verdichten.


Figuur 90: Overzicht diepgronden met en zonder ganzenvoet


In het geval van storende lagen hangt de aanpak af van de grondsoort. Grond > 25% slib scheurt tijdens droge perioden door het zwel en krimpvermogen van de grond. Hierdoor ontstaat een natuurlijk herstel van de storende laag. Is de grond op de diepte van de storende laag lichter (< 25% slib), dan is woelen een optie. Een woeler mag niet teveel mengen en moet niet intensiever werken dan strikt noodzakelijk. De tandvorm speelt hierbij een belangrijke rol. Woel alleen onder droge omstandigheden en zaai direct na de bewerking een diepwortelend gewas of groenbemester. Door de breuken in de grond na het woelen kan de groenbemester goed en diep wortelen. Daarom bij voorkeur in één werkgang woelen en zaaien. De beworteling zal nieuwe kleinere breukvlakken maken en voorkomt interne slemp.

(CBAV, 2018)


Indien men een perceel laat “rusten” zal de verdichting na verloop van tijd zichzelf herstellen. Hoe zwaarder de bodem verdicht is des te langer het zal duren. Dit heeft verschillende oorzaken. Het bodemleven zal steeds trachten verder te leven in de bodem en zo de bodem luchtiger en doordringbaarder maken. Ook zal de vorst en dooi hier invloed op hebben, echter heeft dit fenomeen enkel invloed op de bovenste bodemlaag. Het uitzetten van het water bij vorst leidt tot het opheffen van de bodem en breken van compacte zones. Het wordt wel regelmatig toegepast bij zware klei bodems, vandaar het ploegen voor de winter. Op onderstaande foto zien we een uitgedroogde grond waardoor de kleifractie krimpen. Hierdoor ontstaan diepe barsten zodat wortels diepere bodemlagen kunnen bereiken.


Figuur 91: Uitgedroogd land


Lichtere (zandige) bodems zijn minder gevoelig voor verdichting dan de zwaardere leemen kleibodems. (L.H.J. Van Holm, 2011) Echter is het wel zo dat kleibodems zichzelf beter zullen herstellen. Dit komt door de aanwezige lutum fracties. Deze zullen gedurende droge periodes krimpen en bij natter periodes sterk uitzetten.










0 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page